Net als begin deze eeuw vindt er genocide plaats in Darfur, Soedan. Maar anders dan toen is er nauwelijks politieke aandacht, laat staan de wil om in te grijpen, stelt Jos Hummelen.
Jos Hummelen, NRC, 3 juli 2026
Er zijn niet veel zaken waar de Amerikaanse presidenten Joe Biden en Donald Trump het over eens waren, maar Soedan is er één van: de misdaden in Darfur zijn volgens hen een genocide. Ook zijn beiden eensgezind dat daar niks aan hoeft te gebeuren. Weliswaar heeft Trump in samenspraak met drie andere landen toegezegd de situatie te willen stoppen, sinds deze overeenstemming is er geen enkele samenkomst of diplomatieke actie gesignaleerd.
Het resultaat is dat in Soedan de ergste humanitaire crisis ter wereld zich voltrekt. De cijfers liegen er niet om, maar ze spreken te weinig tot de verbeelding: 9,5 miljoen binnenlands ontheemden, bijna 4,5 miljoen vluchtelingen in buurlanden en zeker 30 miljoen Soedanezen die afhankelijk zijn van humanitaire hulp. Het ons verbeelden, dat willen we liever niet. We willen niet weten dat de bloedplassen in El Fasher, een van de grootste steden van Soedan, vanuit de ruimte te zien zijn. We willen niet weten hoe massa’s mannen in koelen bloede worden vermoord, terwijl hun vrouwen worden verkracht en kinderen worden afgevoerd als slaaf of kindsoldaat.
Overlevenden beschrijven etnische zuivering van bijna ondenkbare wreedheid. Een drooggevallen rivier vormt de grens tussen Soedan en Tsjaad. Aan Soedanese zijde worden mannen en vrouwen uit elkaar gehaald door militanten van de Rapid Support Forces. De jongens en mannen krijgen één voor één de kogel, puur vanwege hun ’te zwarte’ huidskleur. „We willen geen zwarte mensen meer zien!”, riepen de militanten volgens een overlevende. Vrouwen en meisjes worden vernederd en verkracht. Over de grens met Tsjaad bevinden zich duizenden vluchtelingen. Hen wacht niet alleen een cholerabesmetting. Moordende militanten stappen hun jeeps in, steken de grens met Tsjaad over en trekken schietend door vluchtelingenkampen. Wie houdt hen tegen?
De massamoorden in Darfur, in het westen van Soedan, liggen in het verlengde van de grootschalige genocidale acties van twintig jaar geleden. Het grote verschil is dat er nu aanzienlijk minder internationale aandacht voor is, en een volledig gebrek aan politieke wil om in te grijpen.
Wat je ook vindt van de voortslepende humanitaire crisis in Gaza, we moeten erkennen dat we collectief falen in Soedan. Aandacht geven en het aanhalen van de ene crisis mag niet worden gezien als afleiding van de andere. We hebben de morele capaciteit om geschokt te zijn door het immense leed in Soedan én in Gaza.
Roepende in de woestijn
Het falen in Soedan is wereldwijd. De Europese Unie lijkt te bang om het thema adequaat aan te roeren. Arabische en Afrikaanse landen, zoals de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte en Saoedi-Arabië, hebben het leed in Soedan eerder verergerd dan verlicht. De VN verklaarde in 2005 een ‘responsibility to protect‘ voor hulpeloze burgers die slachtoffers zijn van wreedheden als genocide en etnische zuivering, maar die verheven norm lijkt eerder een vervanging voor actie dan een aanzet daartoe.
In Nederland ligt het debat over Soedan volledig op z’n gat, alleen D66-Kamerlid Mpanzu Bamenga is een roepende in de woestijn. En dat terwijl Arabische gom uit Soedan via onze havens wordt verscheept en we gevluchte Soedanezen opvangen. En vanuit Amsterdam wordt Radio Dabanga gemaakt, een kortegolfzender die voor veel Soedanezen binnen en buiten Soedan een betrouwbare bron van informatie is.
„We worden tegengehouden bij het bereiken van de hongerigen, en aangevallen als we het toch proberen”, zei Cindy McCain, directeur van het VN-Wereldvoedselprogramma, waarvan vrachtwagens met voedsel meermaals werden vernietigd. Toen de vrachtwagens met hulpgoederen bij de grens van Gaza werden tegengehouden, stonden de kranten daar vol van. Dat hetzelfde continu gebeurt in Afrika, is vrijwel onbekend.
El Fasher, centraal gelegen in Darfur, is inmiddels gevallen. De gevreesde massamoorden en verkrachtingen die Soedan-waarnemers voorspelden, zijn nu de gruwelijke werkelijkheid. Wereldleiders zullen in september bijeenkomen tijdens de Algemene Vergadering ’ van de VN. Daar zullen ze vast platitudes en hun afschuw uitspreken over deze genocide. De vraag is wat zij concreet zullen doen voor de miljoenen Soedanezen die in de steek worden gelaten.
Ontheemde Soedanezen zijn dankzij Radio Dabanga op de hoogte en stellen dat de verantwoordelijkheid voor de genocide niet alleen ligt bij degenen die de wapens oppakken, maar ook bij de Arabische landen, de Afrikaanse Unie en Europa. Kortom, bij de zogenaamde internationale gemeenschap.
Hulp is mogelijk. Laten we om te beginnen naar nieuwe Nederlanders luisteren, zoals naar Abdulaal Hussein, een gevluchte jongerenwerker die te gast was bij de Africast. Laten we organisaties in de diaspora ondersteunen, zoals Yalla for Sudan en Emergency Response Rooms, die hulpprogramma’s of veldkeukens helpen opzetten in belegerde gebieden. Nederland moet zich tenslotte binnen de EU hard maken om druk uit te oefenen op de Verenigde Arabische Emiraten, de belangrijkste sponsor van deze genocide. Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, het is je schouders ophalen terwijl genocide, de misdaad aller misdaden, zich voltrekt.
Jos Hummelen is presentator van De Africast, een podcast over Afrika, en nauw betrokken bij CuriCos
Foto: UN Photo/Albert Gonzalez Farran. www.unmultimedia.org/photo/ via licensie CC BY-NC-ND 2.0




